Anton Frederiks Boek een lezing
Alle essays

Talent zien voordat het zichzelf ziet

Twee jongens op een zandbult in Dronten, 2006. Iedereen liep door. Dit is wat ik zag.

6 min lezen

Dronten, 2006. Een braakliggend stuk grond aan de rand van een nieuwbouwwijk, waar een aannemer zand had gestort en was vergeten het op te halen. Twee jongens sprongen eroverheen.

Ze waren er niet goed in. Ze vielen. Ze stonden op. Ze sprongen opnieuw.

Ik weet nog dat er mensen langsliepen. Een vrouw met een hond. Iemand op een fiets. Niemand keek. Waarom zou je — er stond niets op het spel, het was niet mooi, en het waren twee jongens die iets probeerden waar ze niet goed in waren.

Dat is precies waar talent zich ophoudt.

Wat er te zien was

Ik zag geen sprongen. Ik zag herhaling zonder publiek.

Dat is de zeldzaamste grondstof die er bestaat, en hij is bijna altijd onzichtbaar, omdat hij zich per definitie afspeelt vóór het resultaat er is. Iemand die goed is, laat zich zien. Iemand die goed wórdt, zit ergens te oefenen waar geen beloning tegenover staat.

Er is geen cv voor. Er is geen assessment voor. De vraag “waar ben je goed in” vindt het nooit, want het antwoord is: nergens in, nog niet.

Ik ben die jongens gaan trainen. Niet omdat ik wist waar het heen zou gaan. Omdat ik zag dat ze doorgingen.

De verkeerde plek zoeken

Organisaties zoeken talent daar waar het al bewezen is. In de cijfers. In de mensen die zichzelf goed kunnen presenteren. In de kandidaat die precies past bij de vacaturetekst die we schreven omdat we wilden dat iemand paste.

Bewezen talent is duur, schaars, en heeft meestal al een andere baan.

Onopgemerkt talent staat in je eigen gebouw. Op een afdeling waar je niet naar kijkt. In iemand van wie je de houding irritant vindt, wat vaak betekent dat hij het niet eens is met hoe het gaat en er nog niet de woorden voor heeft.

De blik die talent opmerkt, is niet de blik die beoordeelt. Beoordelen kijkt naar wat er nu ligt. Zien kijkt naar wat iemand doet als het niet hoeft.

Wie werkt door in de pauze. Wie stelt de vraag die de vergadering ongemakkelijk maakt. Wie probeert het opnieuw nadat het niet werkte, terwijl niemand het had gemerkt als hij was gestopt.

En dan het moeilijke deel

Zien is de helft. Het is de helft waar iedereen zich goed bij voelt, want ze kost niets.

Ik had die jongens een compliment kunnen geven. Goed bezig. Mooi. Dan waren ze naar huis gegaan met een prettig gevoel en was er niets veranderd.

Wat ik deed, was ze iets geven wat te groot was. Een sprong die ze nog niet konden. Een training die ze aan anderen moesten geven. Later: verantwoordelijkheid voor een groep, terwijl ze zelf nog geen twintig waren.

Een compliment bevestigt wie iemand is. Een opdracht die net te groot is, verplaatst iemand.

En daar zit het risico, want het gaat regelmatig mis. Iemand valt. Dat hoort erbij — maar alleen als de val is voorbereid. Wie iemand optilt zonder mat, is niet aan het ontwikkelen. Die is aan het gokken met andermans zelfvertrouwen.

Twintig jaar later

Een van die twee jongens leidt nu een team.

Hij weet niet dat ik hem zag voordat hij zichzelf zag. Dat is ook niet nodig. Dat is namelijk het eigenaardige aan talent zien: als het lukt, denkt de ander dat hij het zelf heeft gedaan.

Dat is precies goed. Zo hoort het te voelen.

Maar iemand stond er wel. Iemand bleef staan bij een zandbult toen de rest doorliep.

Dat is het hele werk.

Nieuwsbrief

In Beweging

Maandelijks één gedachte en één vraag. Uitschrijven kan altijd.

Eén e-mail per maand. Geen verkooppraat. Uitschrijven met één klik.

Van visie naar actie.